NEN heeft de Governance Code Veiligheid in de Bouw (GCVB) verzocht de communicatie over de toelating van VCA-MAX als aanvullend bewijsmiddel binnen Veiligheid in Aanbesteding (ViA) aan te passen en nader toe te lichten. De huidige communicatie kan de indruk wekken dat VCA-MAX inhoudelijk gelijkwaardig is aan Safety Culture Ladder (SCL) trede 3, terwijl een onafhankelijk onderzoek, uitgevoerd door TNO en de Universiteit van Antwerpen, die conclusie niet trekt.
NEN onderschrijft de ambitie van de GCVB om de veiligheidscultuur in de bouw- en infrasector verder te versterken. Als onafhankelijke beheerder van de Safety Culture Ladder (SCL) benadrukt NEN het belang van heldere communicatie over de betekenis en bewijswaarde van verschillende beoordelingsinstrumenten. Volgens NEN is dat essentieel voor opdrachtgevers, opdrachtnemers, certificerende instellingen en aanbestedende diensten.
Onderzoek onderscheidt overeenkomsten en verschillen
Onafhankelijk onderzoek van TNO en de Universiteit Antwerpen brengt de overeenkomsten en verschillen tussen VCA-MAX en SCL-trede 3 in kaart. Het rapport beschrijft onder meer verschillen in theoretische uitwerking, beoordelingscriteria, auditmethodiek, beoordelingslogica en de betekenis van de certificatie-uitkomst. In het onderzoek wordt geen inhoudelijke gelijkwaardigheid vastgesteld. Daarom is het van belang onderscheid te blijven maken tussen de beleidsmatige keuze van de GCVB om VCA-MAX toe te laten binnen ViA en een inhoudelijke vergelijking van beide instrumenten.
Verzoek om meer duidelijkheid
NEN heeft de GCVB gevraagd om in de communicatie expliciet duidelijk te maken dat het onderzoek geen inhoudelijke gelijkwaardigheid tussen VCA-MAX en SCL-trede 3 vaststelt. Daarnaast heeft NEN de GCVB verzocht om de beleidsmatige afweging achter de toelating van VCA-MAX nader toe te lichten, evenals de status, reikwijdte en bewijswaarde van VCA-MAX binnen ViA. Ook vraagt NEN om duidelijkheid over de aangekondigde verdere ontwikkeling van VCA-MAX, het toezicht op het instrument en de mogelijke gevolgen voor de geldigheid en interpretatie van huidige en toekomstige VCA-MAX-certificaten. Zolang niet helder is wat beide instrumenten beoordelen en welke bewijswaarde eraan kan worden toegekend, ontbreekt een gelijk speelveld, met name bij aanbestedingen. Opdrachtgevers, aanbestedende diensten en inschrijvers moeten vooraf weten welke bewijsmiddelen worden geaccepteerd en onder welke voorwaarden, zodat eerlijke en transparante beoordeling van inschrijvingen mogelijk is.
In gesprek over een zorgvuldig vervolg
NEN blijft graag met de GCVB in gesprek over de verdere uitwerking van ViA. Beide organisaties delen dezelfde ambitie: het versterken van de veiligheidscultuur in de bouw- en infrasector. Heldere communicatie over de werking, toepassing en bewijswaarde van verschillende instrumenten is daarbij een belangrijke voorwaarde.
